home > aardrijkskunde > Scandinavië

 

Hardangervidda, Noorwegen (foto: Frode Nagel)

Noorwegen

land van fjorden en trollen, witte steenkool en zwart goud
 

Noorwegen ligt in Scandinavië. Het land is veel groter dan Nederland. Toch zijn er maar 4½ miljoen Noren, tegen 16½ miljoen Nederlanders. De meeste Noren wonen in Zuid-Noorwegen. Vroeger was Noorwegen een arm land en emigreerden veel Noren naar Amerika. Maar tegenwoordig is het rijk.


Noorwegen is erg lang en heeft veel bergland. Daardoor zijn er wel vier verschillende klimaatzones: zeeklimaat, landklimaat, hooggebergteklimaat en toendraklimaat. In het hoge noorden vind je permafrost. De ondergrond is er permanent bevroren. In de zomer ontdooit alleen de bovenlaag. Het dooiwater kan door de permafrost niet wegzakken, waardoor de bodem moerassig wordt. ’s Zomers is de toendra dan ook een eldorado voor muggen!


Noorwegen is een rijk land. Dat is vooral te danken aan de verkoop van aardolie (het ‘zwarte goud’). In het Noorse deel van de Noordzee en van de Noordse Zee zit namelijk veel aardolie en aardgas in de bodem. Bovendien heeft Noorwegen veel witte steenkool. Dat is geen steenkool, maar een andere naam voor hydro-elektriciteit oftewel waterkracht. Hydro-elektriciteit wordt opgewekt door in de rivieren stuwdammen aan te leggen. In de stuwdammen zitten turbines, die de energie van het stromende water omzetten in elektriciteit.

Hoe gletsjers en fjorden ontstaan

In de bergen valt korrelige sneeuwijs, firn geheten. De firn roetsjt bij lawines omlaag en hoopt zich op in een bergkom (een bekken). De laag firn is zo zwaar dat de onderliggende firn wordt samengedrukt tot ijs. Vanuit het bekken schuift het ijs langzaam naar beneden. Deze voortschuivende ijstong wordt een gletsjer genoemd. Een gletsjer zou je een ijsrivier kunnen noemen. Onderweg neemt het ijs veel puin mee. Dat puin bestaat uit steentjes, maar ook uit keien ter grootte van hunebedstenen. Geologen noemen gletsjerpuin morene. De gletsjer schuurt het dal steeds dieper uit. Zo ontstaat er een diep, U-vormig dal.

In de ijstijd was Scandinavië bedekt met een kilometersdikke ijskap. De zeespiegel was veel lager dan nu, tot wel 200 meter! De Noordzee bestond nog niet: daar lag gewoon land. Na de ijstijd smolt het landijs langzaam weg. Door al dat smeltwater steeg de zeespiegel en drong de zee de gletsjerdalen binnen. Zo ontstonden de fjorden. Een fjord is dus een ondergelopen gletsjerdal.

Noorwegen stopt een deel van het oliegeld in een spaarvarken, maar gebruikt ook veel geld voor de aanleg van wegen, bruggen en tunnels, zodat de afgelegen gebieden beter bereikbaar worden. Zo hoopt men dat de mensen er blijven wonen. Toch gaat de ontvolking van het Noorse platteland langzaam maar zeker door. Het zijn vooral de jongeren die wegtrekken naar de stad, terwijl de ouderen achterblijven. Dat verschijnsel noem je vergrijzing. Het zijn ook nog eens vooral de beter opgeleide jongeren die weggaan. Zij verhuizen naar de stad om er te gaan studeren of omdat je vooral daar banen voor hoogopgeleiden vindt. Dat verschijnsel noem je braindrain.


De vrijgekomen huizen worden soms weer ingenomen door buitenlanders, onder wie ook landgenoten van ons. Sommige Nederlanders vinden Nederland namelijk te druk of te vol en emigreren naar Noorwegen. Zij kopen een huis in een dorpje op het Noorse platteland, waar ze de rust en ruimte hopen te vinden die ze hier missen. Zo krijgt de dorpswinkel weer broodnodige nieuwe klanten en de dorpsschool nieuw bloed.

 

Rijksvoorlichtingsdienst: staatsbezoek koningin aan Noorwegen (filmpje van 2:06 min.).
Surfspin: hier vind je info over Zweden.
Surfspin: Noors volkssprookje over Gudbrand van den Berg.
Surfspin: Noors volkssprookje over Kleine Peer (pdf).
Surfspin: naar het keuzemenu Scandinavië.
Naar het HOME van de Surfspin.


Geplaatst op 22 december 2008.

© Surfspin 2008