home > natuur > dieren > zoogdieren > knaagdieren

 

Welcome back, beaver!

 

De bever leeft in Europa, Siberië en Noord-Amerika. Hij kan bijna één meter lang worden, en dan heb je zijn staart nog niet eens meegerekend. Daarmee is de bever het grootste knaagdier van het noordelijk halfrond.


De bever leeft in bos dat langs meren of rivieren groeit. Op zijn menu staan de bast en de bladeren van wilgen, populieren en berken. Verder eet hij onder andere boomwortels en waterplanten. Bevers knagen met gemak een boomstam door. Zo kunnen ze ook bij de takken. Soms maken ze met behulp van bomen en takken een stuwdam, zodat er een poel ontstaat. Bevers kunnen het landschap dus behoorlijk veranderen. Je hoeft beslist geen indiaan te zijn om beversporen te kunnen herkennen!


Vaak graven bevers hun burcht in een oeverwal. De burcht bestaat dan uit een gangenstelsel. Maar als er geen geschikte oeverwal is, dan bouwen ze van takken een groot, koepelvormig nest. De buitenkant bestaat uit een harde laag modder. De ingang bevindt zich altijd onder water. Binnenin ligt het hol, dat dienst doet als woon-, slaap- en kraamkamer. Jaarlijks worden er 1 à 5 jongen geboren. Een burcht wordt meestal bewoond door een gezin: vader, moeder plus de een- of tweejarige jongen. Bevers worden gemiddeld 8 tot 12 jaar oud, in een enkel geval wel 35!


Aan een middeleeuwse plaatsnaam als Bevermere (Bevermeer, in Gelderland) kun je al zien dat de bever ook vroeger bij ons voorkwam. Hij werd intensief bejaagd, in de eerste plaats vanwege zijn pels. Je had jassen van beverbont en mutsen van beverhaar. Maar ook vanwege het bevergeil of, deftig gezegd, castoreum werd er jacht op hem gemaakt. Dat is een geurstof uit de anaalklieren van de bever, waarvan men dacht dat het geneeskrachtig was. In 1826 is de bever in Nederland uitgestorven. Ook in veel andere Europese landen is hij verdwenen, maar in Duitsland en Scandinavië heeft hij standgehouden.


Nog in het pleistoceen (het tijdvak van de ijstijden) leefde in onze streken behalve de gewone bever ook de reuzenbever. Anders dan je zou denken, was hij eigenlijk helemaal niet veel groter dan onze moderne bever. Stukjes reuzenbeverskelet zijn te zien in Naturalis, het bekende natuurmuseum in Leiden.

Sinds een jaar of twintig leven er in Nederland gelukkig weer bevers. Rara, hoe kan dat? Het antwoord is simpel: er zijn Duitse bevers losgelaten in de Biesbosch. Later zijn er ook bevers uitgezet in de Gelderse Poort, een natuurgebied bij Nijmegen. In Flevoland kon er een kleine populatie ontstaan doordat er bevers waren ontsnapt uit het natuurpark van Lelystad. En ook langs de Maas leven inmiddels bevers. Soms zijn die op eigen houtje vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Dus wie weet heb je in Nederland al eens een wilde bever ontmoet. Zo niet, dan weet je nu waar je moet zoeken. De meeste kans heb je in de schemering, want de bever is vooral ’s nachts actief.


YouTube: Klokhuisaflevering over bevers (14¼ minuut).



Natuurbericht.nl: bevers niet te stuiten.
Natuurbericht.nl: Limburgse bever laat zich bewonderen.
Natuurbericht.nl: beverkalender april: een dieet van sappig groen en poep.
Natuurbericht.nl: beverkalender mei: bevers krijgen nu jongen.
Op de website Geologie van Nederland vind je meer info over de reuzenbever.
Surfspin: naar het werkblad Bever (pdf).
Surfspin: naar het keuzemenu Natuur.
Naar het HOME van de Surfspin.


Geplaatst op 10 oktober 2006, het laatst gewijzigd op 26 april 2012.

© Surfspin 2006-2012